by Jeroen
26. juli 2007 00:00
1. Zeg niet: "Piet had zich gruwelijk vergist bij de woordentelling van de cataloog", maar "Piet had zich gruwelijk vergist bij de woordentelling van de catalogus".
2. Zeg niet: "Matrick kwam zoals gewoonlijk pas om 5 na 11 het kantoor binnenwaaien", maar "Matrick kwam zoals gewoonlijk pas om 5 over 11 het kantoor binnenwaaien".
3. Zeg niet: "De twee eerste lezers die positief bijdragen tot de Taalpatrouille mogen/moeten met JR & ST gaan lunchen", maar "De eerste twee lezers die positief bijdragen tot de Taalpatrouille mogen/moeten met JR & ST gaan lunchen".