1. Zeg niet: “Patrick heeft twee dagen congé genomen om enkele Zuid-Franse podia onveilig te maken”, maar: “Patrick heeft twee dagen vrijaf genomen om enkele Zuid-Franse podia onveilig te maken.”
2. Schrijf niet: “Karolien heeft eindelijk van zijn afwezigheid gebruik gemaakt om zijn bedorven etenswaren uit de koelkast te flikkeren”, maar: “Karolien heeft eindelijk van zijn afwezigheid gebruikgemaakt om zijn bedorven etenswaren uit de koelkast te flikkeren.”
3. Zeg niet: “En Marleen heeft becijferd dat de rekening van de poetsvrouw in de honderden euro loopt”, maar: “En Marleen heeft becijferd dat de rekening van de poetsvrouw in de honderden euro’s loopt.”