1. Zeg niet: “Je moet al diepgevrozen zijn om onbewogen te blijven bij Hannes vertrek”, maar: “Je moet al diepgevroren zijn om onbewogen te blijven bij Hannes vertrek.”
2. Schrijf niet: “Er is dan ook al heel wat geëmaild over een passende manier om haar straks uit te wuiven”, maar: “Er is dan ook al heel wat ge-e-maild over een passende manier om haar straks uit te wuiven.”
3. Schrijf niet: “Misschien met een extra-legaal voordeel of twee?”, maar: “Misschien met een extralegaal voordeel of twee?”