1. Zeg niet: “Veel collega’s hebben aan ons weekend in Sicilië een hele nest katers overgehouden”, maar: “Veel collega’s hebben aan ons weekend in Sicilië een heel nest katers overgehouden.”
2. Zeg niet: “Immer afwezige Kevin ook, maar dan door andere redenen", maar: "Immer afwezige Kevin ook, maar dan om andere redenen.”
3. Schrijf niet: “Bij tweederde meerderheid werd dan ook beslist om hem een passend cadeautje te geven”, maar: “Bij tweederdemeerderheid werd dan ook beslist om hem een passend cadeautje te geven.”