1. Zeg niet: "Hannes zwangerschap is naar verluidt te wijten aan Timothy's nabijheid", maar: "Hannes zwangerschap is naar verluidt te danken* aan Timothy's nabijheid."
2. Zeg niet: "Diezelfde zwangerschap is gisteren in het moederhuis officieel bevestigd", maar: "Diezelfde zwangerschap is gisteren in de kraamkliniek officieel bevestigd."
3. Schrijf niet: "Over het geslacht** van het babytje wordt ondertussen driftig gespeculeerd", maar: "Over het geslacht** van het baby'tje wordt ondertussen driftig gespeculeerd."
* dat is zeer relatief
** het wordt (is) een jongen