1. Zeg niet: “Johan is er meestal als de kippen bij om naar voor te treden als grote dierenvriend”, maar: “Johan is er meestal als de kippen bij om naar voren te treden als grote dierenvriend.”
2. Zeg niet: “Hier moet toch één kanttekening bij gezet worden”, maar: “Hier moet toch één kanttekening bij geplaatst worden.”
3. Zeg niet: “Afgaand op Johans gezichtsuitdrukking vandaag is het voor Rocco niet vijf vóór maar vijf na twaalf”, maar: “Afgaand op Johans gezichtsuitdrukking vandaag is het voor Rocco niet vijf vóór maar vijf over twaalf.”