by Jeroen
11. januari 2008 00:00
1. Zeg niet: “Wie het karton in de serverruimte niet naar behoren opplooit, krijgt te maken met de toorn van ons opperhoofd”, maar: “Wie het karton in de serverruimte niet naar behoren opvouwt, krijgt te maken met de toorn van ons opperhoofd.”
2. Zeg niet: “En let op, want het is kantje boordje: nog één overtreding en er vallen gewonden”, maar : “En let op, want het is kantje boord: nog één overtreding en er vallen gewonden.”
3. Schrijf niet: “Als jullie een voorbeeld van ordelijkheid willen zien, neem dan Patricks bureau voortaan als eikpunt”, maar: “Als jullie een voorbeeld van ordelijkheid willen zien, neem dan Patricks bureau voortaan als ijkpunt.”